WIT
woon- & zorgcentrum Lommel - 2005
Het nieuw woon- en zorgcentrum (WZC) krijgt een plaats op de nieuwe Hertog-Jan-site in Lommel. Dit open gebied achter het voormalig stadhuis wordt uitgebouwd tot een nieuwe ‘lob’ van het stadscentrum, aansluitend op de markt en de hoofdontsluitingsweg van de stad. Met het nieuwe ‘huis van de stad’, het politiekantoor, een aantal nieuwe woontypologieën met hoge dichtheid en het WZC wenst men een nieuw zwaartepunt te creëren in het eerder open stadsweefsel van Lommel. Het uitgebreide programma van het WZC dient worden ingeplant op een relatief kleine site, gelegen tussen het ‘huis van de stad’ en vier urban villa’s langs de hoofdonsluitingweg.
We trachten het privilége van als ‘ouderencentrum’ in de stad te liggen uit te buiten door maximale interactie te zoeken met de omgeving. Een correcte reactie op de verschillende randen integreert het gebouw in zijn omgeving. De dienstenzones openen zich naar (het huis van) de stad in het oosten, de wooneenheden nestelen zich aan het woonerf in het westen. Deze duidelijke keuze versterkt de diversiteit van de randen en geeft wonen en zorgen een eigen plaats in het gebouw.
Het woon- en zorgcentrum herbergt een rusthuis met 80 kamers, een dagverzorgingscentrum, 20 serviceflats en een dienstencentrum voor de ouderen uit de omgeving. We wensen enerzijds helderheid van structuur en anderzijds polyvalentie en interactie van verwante functies. Daarom worden alle gemeenschappelijke functies van het rusthuis gecombineerd met die van het dienstencentrum tot functionele groepen, geënt op een centrale binnenstraat. Deze ruggengraat van het WZC zorgt niet alleen voor een heldere en leesbare structuur, maar door alle circulatie te centraliseren creëren we een plek waar alle gebruikers van de verschillende delen van het gebouw elkaar tegenkomen, de ontmoetingsplek bij uitstek.
Als model voor het rusthuis werd het leefgroepmodel voorgesteld als tegemoetkomend aan de noden van de ‘oudere van de toekomst’. De essentie van dit model is het aanreiken van leefomgevingen met verschillende graden van privacy en sociale interactie. We trachten de krachtlijnen van dit sociaal model ruimtelijk te vertalen. De kamer is als het ware een eigen woonunit in de stad, met het dienstencentrum als backup. De leefruimte van een leefgroep vormt samen met zijn gangen één collectieve ruimte met een diversiteit aan plekken en sferen, gericht naar het dienstencentrum. De binnenstraat met cafetaria is het bruisende hart van het WZC, waar contact met de verschillende diensten, de onderdelen van het WZC en de omgeving maximaal is. De bewoner beschikt hierdoor over alle noodzakelijke leefsferen binnen de muren van het WZC.

