WIT
Koninklijk Atheneum Koekelberg - 2011
Nieuwbouw of verbouwing?Dat is natuurlijk de hamvraag. Wat met het bestaande? Waar te beginnen? Schrijven we verder - een nieuw hoofdstuk - aan de bestaande school, of moet toch alles met de grond gelijk gemaakt en door nieuw worden vervangen?
De blik van de buitenstaander is onbevangen, niet gehinderd door de dagelijkse confrontatie met de onaangepaste huisvesting:
We zien een staaltje pragmatische ingenieursretoriek uit de roaring sixties: een school uitsluitend gebaseerd op een eenduidig gangenstelsel dat een flexibel en uitbreidbaar geheel van goed georiƫnteerde klassen bedient. Een wat banaal, plaatsloos en generiek systeem dat vooral neutrale m2 gebruiksoppervlak aanbiedt. Maar in de huidige projectdefinitie bedragen de klassieke klaslokalen nog slechts 40% van de netto-oppervlakte. De overige 60% is gebaat bij een alternatieve typologie die andere leervormen stimuleert.
We zien een erg groen schoolterrein, midden in een dichte stedelijke omgeving met omringende hoogbouw. Slechts 17,5(!)% van dit terrein is momenteel bebouwd. Het atheneum kan zich onmogelijk verstoppen want wordt door ontelbare buurtbewoners gadegeslagen van op de omringende balkons. Nochtans neigt de omringende groenbuffer eerder naar autisme: er is een duidelijk verstoorde relatie tussen de school en haar omgeving. De groenbuffer is vooral conflictzone en onbeheersbaar restgebied.
We zien tenslotte een imposante 'barre' (schijf) die zich hoog op (boven) het sterk hellend terrein nestelt, gericht naar het zuiden en naar de Brusselse binnenstad. In de dwarse snede is goed te zien hoe de gebouwen als keermuren worden ingezet om het sterk hellende terrein te kunnen bebouwen en er tegelijk horizontale buitenruimten in te richten. Het terrein wordt zo een opeenvolging van terrassen die, ongeveer en enigszins onbeholpen, de site laten aansluiten bij de hellende aanpalende straten

