masterplan Scheldekaaien - Antwerpen - 2006

Met de verdere schaalvergroting en de noordwaartse verschuiving van de havenactiviteiten worden haven en stad hoe langer hoe meer aparte werelden. Het havenleven op de Scheldekaaien valt stil en geruisloos wordt de in onbruik geraakte prothese ingenomen voor alles en nog wat waar in de stad geen plaats voor is, maar waar ze nood aan heeft, wat ze wilt, waar ze plezier in schept. Banale behoeften als parkeren worden afgewisseld met een schitterend evenement. Je kan naar de kade voor een solitaire wandeling langs het water, een koffie op het zuiderterras, een occasionele boot die aanmeert te aanschouwen. Je kan er tobben op een achtergelaten bank, nietsen, doelloos slenteren en de tijd verdrijven, wachten op een afspraak die al dan niet komt. De grootsheid van het water nodigt uit tot ingetogenheid, maar je kan even verderop net zo goed uitbundig uit de bol gaan, dansen of vieren. Weinig activiteiten storen hier aangezien de genereuze overmaat en het residuele karakter. De kaaien zijn bij nader beschouwing een godsgeschenk voor Antwerpen.
Morfologisch vormen de kaaien zoals gesteld een tussenterm. Ze zijn ook een tussenruimte. Als je op de kades stapt, stap je uit 't stad en krijg je een zicht op het majestatische landschap van de Schelde. In die zin zijn de kades het balkon van de stad. Je stapt buiten de woning/stad en bent elders. Vanuit de rivier stap je op de kades en aanschouw je en voel je 't stad aan waar je evenwel nog net niet in bent. Je krijgt een zicht op zowel het front van de stad als op een snede van de stad met zijn verschillende wijken, kleuren en aarden: 't Zuid, St. Andries, etc. De kaaien en stad bestaan zijdelings naast elkaar en zijn daardoor elkaars complement.
Zowel rivier als stad vormen een achtergrond voor de kades en omgekeerd vormen de kades een klankbord voor de stemmingen van stad en rivier, waarin de wisseling van getijden, de opeenvolging van dag en nacht en het voortschrijden van seizoenen en jaren resoneren. De kaaien zijn de barometer van het stadsgemoed, de stadsatmosfeer. De kaaien vallen tussen twee werelden, ze vormen een drempel naar het landschap van de rivier of in omgekeerde richting een drempel naar de stad. De kaaien zijn tussenterm, tussenruimte voor tussentijd. De tijd die je er doorbrengt is doorgaans inderdaad ook een tussentijd of een stap uit de tijd, uit het hectische van alledag, uit het druk bezig zijn, uit het werk, kopen, verkopen, school lopen, of wat voor utilitairs dan ook. Deelname aan een evenement, recreƫren, niets doen, de wind proeven, de rivier aanschouwen, er tussenuit knijpen. Dat is het programma van de kades vandaag. De kades zijn met andere woorden een ruimte voor de tussentijd, een decompressieruimte waar de stad/stedeling op adem komt en een compensatieruimte, een vrijplaats waar kan wat in de formele stedelijke ruimte niet gepast wordt geacht.

De waterkering moet hoger en deze noodzakelijke opdracht nodigt uit om het even vage statuut als genereuze karakter van de kaaien voor eens en altijd te bezegelen en te ontplooien. De nieuwe waterkering moet Antwerpen beschermen tegen de nukken van de rivier en legt ultiem daarmee ook de grenzen vast van het zijdelings naast elkaar bestaan van beide elementen, rivier en stad, natuur en cultuur. Zoals duidelijk zal zijn uit het voorgaande opteren we voor de bestendiging van het ambigue statuut van tussenruimte dat de kaaien vandaag al latent kenmerkt. De preliminaire ontwerpaanzet die volgt wil door het aanwenden van de waterkering als grens dit wankele tussenstatuut articuleren. In die zin beschouwen we het onding van de waterkering als een zegen voor Antwerpen. De ambitie kan immers niet zijn de kaaien te consumeren en er een net eendere stedelijke ruimte met een overladen programma en illusoir rendement van te maken. Het kan niet de bedoeling zijn de kaaien in te nemen bij de stad. Het doel moet veeleer zijn om de investering in de waterkering -die even knap als eenvoudig en economisch moet zijn- dubbel te laten renderen: als civiele structuur de stad beschermen en als civiek element de grens markeren tussen stad en kade waardoor deze juist haar rol als vrijplaats van Antwerpen voluit kan ontplooien.