WIT
masterplan UZ Pellenberg - 2007
Het sanatorium te Pellenberg werd op het einde van de jaren 50 gebouwd als een lang slank volume bovenop een heuvelrug. 20 jaar later besliste men het sanatorium aan te passen tot een revalidatieziekenhuis. Het slanke silhouet werd verzwaard met een aantal medisch technische functies aanpalend aan de hospitalisatieafdelingen waardoor de gangen daglicht werd ontnomen. De cafetaria kreeg een verscholen plek aan de achterzijde van het volume. Het operatiekwartier werd bovenop de lagere middenvleugel geplaatst.Vandaag zijn geen van deze ruimtes functioneel aangepast aan de noden van een modern ziekenhuis of hebben ze afmetingen die voldoen aan de huidige normen. Vormelijk is de oorspronkelijke slankheid verloren gegaan en is er een groot verlies aan daglicht. Bovendien zijn er nog weinig relaties met het omringende landschap. Het omheinde grasveld achter, de ontoegankelijke bomengroep voor en de uitgestrekte parking naast het huidige gebouw verhinderen een directe en kwalitatieve beleving van het glooiende landschap of de romantische kasteeltuin.
Gezien het programma aan medisch technische functies verder uitgebreid dient te worden, lijkt een volledig herdachte situatie onvermijdelijk. We slanken het hoofdgebouw af tot de oorspronkelijke situatie en nemen een nieuwe start met een halflege heuvelrug. De natuurlijke glooing van het reliëf wordt gereconstrueerd op de positie van de kapel annex administratieve ruimtes. De oorspronkelijke functie van het sanatorium -een gezonde, natuurlijke omgeving inzetten om te herstellen van een ziekte-, wordt in ere hersteld: de landschappelijke kwaliteiten van de plek worden ingezet voor een kwalitatiever revalidatieproces.
Het oorspronkelijke sanatorium vormt het uitgangspunt voor een nieuw geheel. Het bestaande ziekenhuis krijgt opnieuw louter een verblijfsfunctie. Het reliëf nodigt immers uit om alle medisch technische functies te situeren op de dalrand rond de vijver, tegelijk ook de afbakening van de blauwe zone op het gewestplan. In een slingerbeweging omarmen ze de landschapskom. Door het weloverwogen positioneren van de verschillende clusters zijn er daarenboven onbeperkte mogelijkheden voor het toelaten van daglicht in de ruimtes, het bieden van uitzicht op het landschap, en het toegankelijk maken van het park. Bij een eventuele uitbreiding met residentiële functies in een latere fase, vormt het sanatorium het startpunt voor een evenwijdige slingerbeweging.
In deze opstelling ontstaat er een tweezijdige oriëntatie en ruimtebeleving. De residentiële slinger staat als een hoog volume bovenop de heuvelrug, vanuit alle kamers een weids uitzicht biedend op het glooiende landschap. De medisch technische volumes passen zich daarentegen in in het reliëf, en verlenen toegang tot de parktuin. Aan de aanzet zijn beide slingerbewegingen omwille van de beperkte bebouwbare oppervlakte en noodzakelijke programmatorische koppelingen met elkaar verbonden. Bij het omarmen van de landschapskom ontstaat tussen de twee slingers een intermediaire ruimte die overvloeit in het landschap. Hier situeren zich functies die dienstig zijn aan beide slingerbewegingen. Bovengronds zijn dat toegangen tot de parktuin en de gebouwen, rustplekken, de bus- en taxihalte, ... in een afwisseling van schaduwrijke en zonnige zones. Ondergronds zijn het veelal logistieke en technische functies die de interne organisatie van beide slingerbewegingen voeden.

