masterplan ex-Brepols-site - Turnhout - 2006

Het bouwblok is de bouwsteen van de historische stad. In hun geordende nevenschikking definiëren de individuele panden in de buitenste rand de straten, pleinen en publieke ruimten van de stad. De binnenkant is veelal onbekend. Tuinen en garages, maar ook grotere stedelijke functies zoals scholen, werkplaatsen, magazijnen, passages... zijn onzichtbaar vanuit de straat. Deze verborgen plekken vormen een vitaal potentieel voor stadsvernieuwing, en niet alleen door de veelal omvangrijke perceelsoppervlaktes. Aan de binnenzijde gelden immers niet dezelfde regels: het betreft verborgen vrijplaatsen die de conventionele stad van straten en pleinen verluchten, aanvullen, leefbaar maken. Binnen heerst typologische vrijheid en een ongecompliceerd samengaan van verschillende activiteiten. Men betreedt een andere wereld. Men ontdekt een nieuwe stad. Referenties van de gekende stad zijn slechts sporadisch zichtbaar. Wanneer de situatie het toelaat kan een netwerk van deze binnengebieden een levendige biotoop worden van een complementaire stad.

De voormalige Brepolsdrukkerij illustreert als een prototype deze stelling: een zeer karakteristieke plek – een wereld op zich – als historische getuige in het hart van de Turnhoutse binnenstad. Het vooropgestelde programma van commerciële ruimte, stedelijke parkeergarage, culturele functies en wonen moet een plek kunnen vinden in deze specifieke stedelijke biotoop. Eigenzinnig kan ruimte worden opgeëist voor het buiten-gewone, optimaal gebruik makend van de potentie tot typologische innovatie en minder conventionele publieke ruimte.

Het ontwerpend onderzoek leidde tot een ruimtelijke simulatie die wel verdacht veel weg lijkt te hebben van een architectuurontwerp, hoewel het dat niet wil zijn. We hebben te maken met programma’s die flexibele en herindeelbare ruimten vereisen, met een duidelijke constructieve logica (kolommenraster afgestemd op ondergrondse parking), en een onderscheid tussen enveloppe/structuur en wijzigende invulling. Zeker het winkelprogramma levert al gauw een soort generische architectuur, waarvan het uitzicht (inrichting en etalages) grondig en snel zullen veranderen. Op een redelijk definitief bepaalde ondergrond, worden daarom een aantal deelprojecten aangeduid die in relatieve onderlinge autonomie kunnen ontwikkeld worden, naar evoluerende inzichten en ambities. Vanuit architecturaal deelonderzoek worden globale bouwenveloppes voorgesteld voor de verschillende onderdelen. De simulatie en deelonderzoeken kunnen dan de rol vervullen van minimale kwaliteitstoets.

Drager van het masterplan wordt bijgevolg veeleer de sturende en beeldende kwaliteit van de publieke ruimte. Die wordt daarom -in tegenstelling tot de enveloppes- zeer verregaand uitgewerkt en in beelden gepresenteerd. Het ontwerp van de publieke ruimte is overkoepelend, en gebeurt cruciaal in continuïteit met het masterplan. Het masterplan IS het ontwerp van de publieke ruimte. Op heel wat plaatsen wordt de publieke ruimte zelfs quasi architectuur (doorheen, of tussen de verschillende deelprojecten in): de stoa, het verzonken plein, de passage, de blikvanger... De gecombineerde publieke ruimte levert als het ware een icoon van de toekomstige ontwikkeling. Het geheel van deze ruimten vormt het nieuwe eigenzinnige karakter van de plek binnen het bouwblok.