rust- en verzorgingstehuis Home Vijvens - Huise - 2004

De vzw Home Vijvens wil ‘een huis waar ouderen graag wonen’, ‘een project dat als geheel tegelijk eenvoud en een juiste rijkdom uitstraalt’. Het beeld van een landhuis wordt hierbij opgevoerd. Het archetypische landhuis biedt echter veel meer aanknopingspunten dan die bedoelde waardigheid. Het dekt de complexiteit van de opgave in veel opzichten. Het landhuis onderscheidt gemeenschappelijk en privé op een vanzelfsprekende wijze: het laat mensen toe samen te wonen en zich af te zonderen. In een landhuis wonen mensen voor langere of kortere duur, er worden gasten ontvangen, er wordt gewerkt, bediend, gevierd en gerust. Het landhuis biedt een antwoord op de vraag hoe een groter volume te integreren in een karakteristiek landschap.

Het concrete bouwterrein heeft zijn troeven: gelegen op een heuvel, aan de rand van een afgeschermde kleine dorpskern, kilometers open landschap als achterbuur. Vandaag is achter het monumentale kloostervolume alles dichtgeslibd. De bebouwing is er open noch compact, ze staat zichzelf eigenlijk vooral in de weg. Door de bebouwing terug te brengen tot enkele hoofdvolumes kan het klooster opnieuw ademhalen. Wanneer het straks gebruikt wordt als schoolgebouw mag het die verworven openheid niet kwijtspelen. De verschillende spelers op het terrein – de school, het rusthuis, de ouderenwoningen – kunnen pas echt relaties met elkaar onderhouden als ze tussenin voldoende bewegingsruimte overlaten.

Een voorstel voor nieuwe bebouwing vertrekt daarom van een open plek: een gedeelde toegangszone en circulatieruimte voor school, rusthuis en woningen. Door haar publiek belang wordt deze plek een zwaartepunt in de activiteit van het dorp. Een zwaartepunt, maar geen centrum. Door de ligging langs een invalsweg, in de binnenzak gevormd door het ommuurde terrein, blijft het geheel een plek in het dorp, zonder zelf het dorpscentrum te worden. De mooie figuur die kerk, kerkhof en dorpsplein maken op de plaats waar invalswegen samenkomen en weer uiteengaan, wordt hier niet uitgedaagd.

De individuele ruimte van de bewoner is de bepalende factor van het verdeeld programma. De noodzakelijke breedte ervan volgt uit functionele eisen: plaats en organisatie van een sanitaire cel en bemeubelbaarheid van de kamer. Vanuit deze standaardbreedte kan gezocht worden naar een optimale kamerdiepte. De kamer als basisbouwsteen is zo van meet af aan een duidelijk bepaalde ruimte. Inzake duurzaamheid en polyvalentie moeten er dan ook de juiste verwachtingen aan gekoppeld worden. Het loont de moeite om de kamer voldoende ruim, solide en neutraal te maken, zo is ze voorbestemd om langdurig geschikt te blijven. Voor de steeds sneller wijzigende technische voorzieningen daarentegen moet eerder gedacht worden aan een flexibel systeem. De huidige situatie van het oude kloostergebouw illustreert deze stelling: de tevredenheid van de bewoners over de leefkwaliteit van hun kamer in contrast met de technische tekortkomingen van het gebouw. In een verdere uitwerking wordt deze algemene benadering van de kamers getoetst aan de voorgestelde woonvormen, als variaties op een thema.