WIT
strategisch ontwikkelingsplan Kallo - 2006
Kallo en het omliggende landschap komen op de eerste plaats voort uit de inpoldering die tijdens de jaren 40 van de 19de eeuw werd ondernomen. Het resulterende landschap wordt gekenmerkt door enerzijds een ingenieus en fijn vertakt stelsel van waterkanalen en anderzijds door dijken waar Kallo zich als dorp op entte (Beverse en Melsele dijk). Sindsdien raakte deze idyllische setting hoe langer hoe meer en hoe hectischer gevat door de maalstroom van de ontwikkeling van de haven van Antwerpen. Het fort dat in de achtertuin van Kallo opdook lijkt wel een vroege aankondiging van de vloedgolf die rond Kallo heen trekt: expressweg, spoorweglijnen, havendokken, industriezones, sluizen, Liefkenshoektunnel, en de verhoogde Scheldedijk omcirkelen het oude dorp en snijden het af van het oorspronkelijke hinterland dat overigens in ijltempo wordt omgezet in een industrieel-logistiek havenlandschap. Als was het om deze omcirkelende belegering te vervolledigen worden in het onmiddellijke ommeland van het dorp natuurcompensatiegebieden, electriciteitscentrales, transformatorstations, golfterreinen en dergelijke meer gedumpt.Vandaag wordt het studiegebied gekenmerkt door het autistisch naast elkaar bestaan van verschillende ruimtelijke termen:
- een introvert dorp, op dijken gebouwd, en met zijn rug naar het landschap gekeerd,
- flarden van omliggend landbouwareaal, dat hoe langer hoe minder betekenis voor de landbouw heeft en hoe langer hoe minder verweven is met het dagelijks leven in het dorp
- omcirkelende infrastructuren die plompweg op het landschap zijn gelegd (een spoorwegdijk, een snelweglichaam, de rivierdijk, sluis en achterliggende dokken) en geen enkele constructieve relatie met het landschap aangaan: ze snijden Kallo af van zijn omgeving en maken het tot een op zichzelf teruggeworpen enclave
Geen enkele van deze drie ruimtelijke termen (dorp, tussengebied, bovenlokale infrastructuur) is in dialoog. Elk van deze ruimtelijke termen produceert overigens verder zijn eigen landschap. Het dorp breidt uit met verkavelingen en strooit voetbalvelden om zich heen. De expressweg genereert eigensoortige tentakels (op- en afritten, verkeerswisselaars, dienststroken, etc.). Het landbouwgebied verschrompelt en verkruimelt door tegengestelde ontwikkelingen (natuurcompensatie én golf, electriciteitscentrale én toeristische infrastructuur).
De ruimtelijke ontwikkelingsstrategie die wordt voorgesteld voor Kallo is een trialoog: het in gesprek brengen en op elkaar afstemmen van de drie ruimtelijke termen: dorp, tussengebied en bovenlokale infrastructuur. De regie van deze trialoog wordt gevoerd door en in functie van het dorp. In plaats van drie naast elkaar bestaande termen, worden ze onderdeel gemaakt van één drievuldigheid: het dorpsdomein, bestaande uit een dorp, het omliggende dorpspark en zijn rand die dit geheel zowel van binnen- als buitenuit afbakent. De analogie met het kasteeldomein spreekt voor zich (kasteel, kasteelpark, afbakening kasteeldomein die de horizon van dit eigensoortig universum bepaalt). De drie elementen maken één figuur (als een appel: klokhuis, vlees, schil). Sterk genoeg om overeind te blijven in het havengeweld erom heen.

