woonproject Clarenhof - Mechelen - 2005

Behoud van de bestaande rooilijnen wordt terecht vooropgesteld als eerste voorwaarde voor een inpas-sing in het middeleeuwse stadsweefsel. Nochtans is de harde scheiding tussen publieke straatzijde en private binnenzijde voornamelijk een gevolg van het volledig volbouwen van de straatzijde, en in die zin een verarming ten opzichte van de middeleeuwse structuur. Deze bevat immers regelmatig ook open ruimten die mits afsluitende muren of hekkens onderdeel vormen van de straatwand. De straatwand is daardoor meer gevarieerd; het private groen speelt een belangrijke rol in de beleving van de straat. De scheiding privé-privaat is veel minder eenduidig: het private binnengebied is gedeeltelijk naar de straat gekeerd. Private ruimten zijn gefilterd ook op de straatzijde georiënteerd. De straatwand is minder hard en minder gesloten, en geeft gedoseerd de inhoud van het bouwblok prijs.



Gezien de verregaand dichtgeslibde structuur van de omringende bebouwing, wordt heil verwacht van een (minstens) overdag toegankelijk semi-privaat binnengebied. We wensen hiervan een karakteristieke en luwe ruimte te maken, die niet alleen het hart voor het project vormt, maar ook in het geheel van gekende buitenruimten in Mechelen een rol opeist. Een binnenplein met grote samenhang en een duidelijke herkenbaarheid die een unieke plek vormt in de ‘mental map’ van Mechelen. Daarvoor is het belangrijk dat het plein ook bescheiden activiteiten herbergt voor niet-bewoners: uitgang van de buurtparking, doorkruisende routes, ... Een groen karakter voor dit binnenplein creëert een aangename verblijfsplek voor meer dan de omringende woningen alleen, en kan via doorzichten aan de Leermarkt ook de wens van een groene as naar de Kruidtuin ondersteunen.



In zekere zin ijveren we voor een gedeeltelijk binnenstebuiten keren van het bouwblok. De samenhang van de buitenrand van het standaard stedelijk bouwblok willen we inzetten voor het karakter van het binnenplein – de veelal geaccidenteerde binnenrand is welkom als een natuurlijke geleding van de buitenrand waarbij het private groen het straatklimaat verzacht. Door regelmatige wisseling van oriëntatie krijgen noch de straatwand, noch de pleinwand een eendimensionele invulling: noch de ene, noch de andere zijn eenduidig een gesloten wand van weg-georiënteerde woningen.



We zien het binnenplein niet alleen als een karakteristiek binnenhart, maar ook als een kruispunt van een dubbel fijnmazig netwerk: kleinschalige doorgaande voetgangersroutes enerzijds, het verborgen netwerk van de Vlieten anderzijds. In een basisschema voorzien we een opdeling van het bouwblok in vier onderdelen: één in elke straat, met de kop in de aanpalende straat. Elke straat krijgt een ‘kop’ en een ‘lijf’ van een verschillend gebouw, met tussen beide een poort naar het binnengebied. Dit gegeven wordt uitgewerkt met aandacht voor het karakteristieke van elke straat, en zal ook in een suggestie voor aanleg van het openbaar domein worden gedifferentieerd. Deze ingreep verzekert een verdere natuurlijke geleding van het bouwblok.