WIT
woonproject PPS Anemonen - Tienen - 2006
De site bevindt zich op het raakvlak tussen stad, industriegebied en open ruimte, net binnen de rand van het stedelijk gebied. In het westen wordt het terrein begrensd door de vijvers van recreatiegebied de Viander.De herbestemming van het internaat tot woongebied koppelt de facto de verkavelingen ten noorden en ten zuiden van de vijvers tot een grotere woonenclave. Tegelijk stelt zich de vraag naar het begrenzen van, en het verbinden met, de verschillende aanliggende zones.
Er wordt gekozen voor een site met een nieuw en krachtig eigen gezicht, voor een ‘verkaveling’ van een totaal andere en meer verdichte aard. Het ontwerp wil daarbij de sterke landschappelijke kwaliteiten van de site niet vervangen door iets nieuws, maar wil ze juist behouden en inzetten als dragers van verdichting en structuur. Het zoekt als het ware de juiste plek om 220-tal woningen in te planten, zonder daarbij de eigenheid van het gebied te verliezen maar integendeel deze juist te benadrukken.
Dankzij het behoud van het internaatsgebouw kan de bestaande landschappelijke structuur de drager worden van het stedenbouwkundig ontwerp. Het open landschap ten noorden dringt als een groene vinger diep het terrein in, daalt af naar de stad, en krijgt daarbij geleidelijk aan een meer stedelijk karakter. Het veld wordt park, recreatiezone, groene doorsteek voor langzaam verkeer, en mondt uit op de groene vest. Het geboortebos wordt slechts strategisch uitgedund om woningen in te planten. De linden van de Hamelendreef vormen een groene rand met het industrieterrein. De vernauwde zone tussen de kop van het internaat en de groene rand is als een uitnodigende poort naar de stad, of omgekeerd een opening naar het landschap.
Drie hoofdcomponenten van de site (het bestaande internaatsgebouw, het geboortebos bij de Vianderwijk aan de westzijde van het internaat, en de rand langs het industrieterrein), introduceren als vanzelfsprekend drie verschillende woonvormen die zich ook richten tot verschillende doelgroepen.
Het internaatsgebouw leent zich tot 'hoger wonen met uitzicht'. De vier bouwlagen kunnen op verschillende manieren worden herverkaveld tot doorzonflats van verschillende grootte, met perfecte oriëntatie en vergezichten op stad en landschap. Qua doelgroep wordt hier gemikt op een mix van lofts, appartementen, bejaardenflasts, levenslang wonen, luxeappartementen, enz.
Het geboortebos wordt ingericht voor 'wonen verscholen in het groen'. Een compact geheel van rijwoningen wordt als vertakt systeem ingeplugd op de westzijde van het PIT. Aan de zuidoostelijke rand van dit systeem markeert een rij gestapelde woningen de sprong in het reliëf. Qua doelgroep wordt hier vooral gemikt op starters en jonge gezinnen.
De Hamelendreef wordt drager van 'wonen in de rand'. Het gebruik van een patio-typologie, waarbij kwalitatief groen binnen in de woning wordt gebracht, leent zich perfect om deze strook tegelijk als groenbuffer èn als akoestisch buffer te kunnen laten werken. De verschillende types patiowoningen worden tweezijdig ontsloten (zowel langs de dreef als langs het binnendringend landschap). De woningen worden iets meer ruimtelijk en 'riant' uitgewerkt; tegelijk worden ze geschakeld als 'rijvilla's' met beperkte grondinname. Voor een iets beter bemiddelde doelgroep is hier een divers aanbod van villa's, woningen met praktijkruimte, kangoeroewoningen, enz.

